discreet bevallen —wetsvoorstel

Belgische Senaat
ZITTING 2007-2008
6 NOVEMBER 2007

——————————————————————————–

Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek om het bevallen in discretie mogelijk te maken
(Ingediend door de heer Guy Swennen)

——————————————————————————–

TOELICHTING

——————————————————————————–

Dit wetsvoorstel neemt de tekst over van een voorstel dat reeds op 8 februari 2007 in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd ingediend (stuk Kamer, nr. 51-2900/001).Een ongewenst zwangere vrouw heeft niet veel mogelijkheden in België. Ofwel breekt ze de zwangerschap vroegtijdig af, ofwel bevalt ze officieel en staat ze het kind af voor adoptie. Helaas zijn er daarnaast ook nog een aantal clandestiene bevallingen, met in het beste geval een wegwerpkind tot gevolg (cf. vondelingenschuif).Een ongewenst zwangere vrouw die de stap niet zet naar een clandestiene bevalling, en die de zwangerschap niet vroegtijdig wil beëindigen, kan in België enkel « officieel » bevallen. Dat brengt met zich mee dat de identiteit van de moeder en/of de vader vermeld zal worden in de geboorteakte.Voor een aantal ongewenst zwangere vrouwen is die identificatie een probleem. Ze wensen afstand te doen van het kind, zonder hun gegevens achter te laten. Op die manier kunnen zij en hun omgeving in de toekomst niet worden geconfronteerd met de ongewenste zwangerschap, en met de persoon of de omstandigheid die ze heeft veroorzaakt. Die vrouwen gaan op zoek naar een mogelijkheid om in de volledige anonimiteit te bevallen. In België bestaat er geen legale mogelijkheid om anoniem te bevallen.De Franse wetgeving : anoniem bevallen, erg bekritiseerdEen ongewenst zwangere vrouw die anoniem wil blijven, kan onder meer terecht in Frankrijk. Een derde van de vrouwen die in Rijsel anoniem bevallen, is afkomstig uit België. Het Franse systeem van de anonieme bevallingen (« accouchement sous X ») laat de biologische ouders toe hun identiteit geheim te houden en geen enkele inlichting te geven bij de geboorte van het kind. De geboorteakte vermeldt enkel een X waar normaal de naam van de ouders zou moeten voorkomen. Het kind wordt onmiddellijk na de geboorte toevertrouwd aan een instelling met het oog op een adoptie.Het Franse systeem is echter zwaar onder druk gekomen door aanhoudend protest van de X-kinderen in Frankrijk en België. Ze vinden het onaanvaardbaar dat ze niet bij machte zijn hun geboorteouders op te sporen. In een poging de rechten van de X-kinderen te verzoenen met het recht van de ouders om anoniem te blijven, stuurde Frankrijk de procedure van de anonieme bevalling in 2002 bij. Er werd een Nationale Raad voor toegang tot persoonsgegevens opgericht. Via die Raad kunnen X-kinderen een poging ondernemen om hun biologische oorsprong te achterhalen.De wetswijziging stelt het recht van de geboorteouders om hun identiteit geheim te houden niet in vraag.Indien de geboorteouders dat wensen, kunnen ze nog steeds elke vrijgave weigeren van inlichtingen aan het X-kind. Het lijkt erop dat in Frankrijk het respect voor het privéleven van de geboortemoeder zwaarder doorweegt dan het recht op kennis van de oorspronggegevens van het X-kind. Ook na de wijziging van 2002 is er in Frankrijk geen evenwicht tot stand gekomen tussen de rechten van de geboortemoeder en het X-kind.Een Frans X-kind, Pascale Odièvre, stapte naar het Europees Hof voor de Rechten van de Mens, dat op 13 februari 2003 uitspraak heeft gedaan (1) .Pascale Odièvre riep voor het Hof in dat ze geschaad is in haar recht op eerbiediging van het privéleven, omdat de Franse wet het recht van de geboortemoeder om anoniem te blijven laat primeren op het recht van het afstandskind om de geboortefamilie te kennen. Deze schending heeft volgens Odièvre ernstige discriminerende gevolgen, zoals het niet op de hoogte kunnen zijn van een risico op erfelijke aandoeningen en het niet kunnen erven van de natuurlijke ouders.Een meerderheid van tien tegen zeven Europese rechters volgt de redenering van Odièvre niet. De Franse wetgever beschikt volgens het Hof over een marge die toelaat in het algemeen belang af te wijken van het recht op een privé-leven van een X-kind. Dat belang is aanwezig, namelijk het voorkomen van abortussen en wegwerpkinderen. Deze afwijking wordt — steeds volgens het Hof — zo beperkt mogelijk gehouden door de afstandskinderen inzage te geven in gegevens over de geboortemoeder, maar zonder diens identiteit vrij te geven. Het Hof wijst erop dat Frankrijk via de Nationale Raad voor toegang tot persoonsgegevens hulp biedt bij het samenbrengen van afstandskind en geboortemoeder, evenwel enkel als deze laatste instemt met de ontmoeting en het vrijgeven van haar identiteit. Het recht van het afstandskind om de geboortefamilie te kennen is niet meer waard dan het recht van de geboortemoeder om anoniem te blijven. En dus geldt het algemeen belang als arbiter.Volgens het Hof is er evenmin sprake van enige discriminatie. Het afstandskind erft, zoals andere geadopteerde kinderen, van de adoptieouders en krijgt inzage in essentiële gegevens. Tot de groep van 7 rechters die het niet eens zijn met de zienswijze van de meerderheid van het Hof behoort de Belgische Françoise Tulkens. Ze erkent het recht voor ieder mens op toegang tot zijn origine en op kennis van de identiteit van de natuurlijke ouders. Ze wijst erop dat naast de anonieme bevalling er andere en betere mogelijkheden zijn om het algemeen belang, het belang van de afstandsmoeder en het belang van het afstandskind te verzoenen, namelijk de « discrete » bevalling.Discrete bevalling als evenwichtig alternatief voor anoniem bevallenBij een discrete bevalling blijven de gegevens van de ouders verborgen, maar heeft het afstandskind recht op toegang tot die gegevens (inclusief de identiteit) bij het bereiken van een bepaalde leeftijd en mits het doorlopen van een bepaalde procedure.In België wensen de X-kinderen, de Federatie van Erkende Vlaamse Adoptiediensten, de Nederlandstalige Vrouwenraad en andere vrouwenorganisaties al geruime tijd een wettelijke regeling van de discrete bevallingen. Ze steunen daarbij onder andere op een advies uit 1998 van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek (2) .Het comité buigt zich over de vraag of het wenselijk is in België anonieme bevallingen in te voeren. De voorstanders van de anonieme bevalling stellen dat er een confrontatie plaatsvindt tussen twee waarden, namelijk het leven van het kind en het recht van elke persoon om zijn biologische moeder te kennen, waarbij de beveiliging van het leven van het kind prioritair is. De tegenstanders vinden het onaanvaardbaar dat kinderen van hun wortels worden afgesneden, en dat het zoeken naar de afstammingsband nooit onmogelijk mag worden gemaakt.Het algemeen besluit van het Comité luidt :« Situaties waarin de anonieme bevalling zich als een mogelijkheid voordoet, liggen op menselijk vlak moeilijk. Volgende tegenstrijdige aspecten zijn daarbij betrokken : de noodsituatie van de toekomstige moeders, de bescherming van gezondheid en leven van de kinderen, maar tevens de problemen die zich later kunnen voordoen inzake afstamming en die zowel voor de moeder als voor het kind pijnlijk kunnen zijn. Op grond daarvan meent het Comité een wijziging van de huidige situatie te kunnen aanbevelen. Het Comité beoogt daarbij zowel het kind te beschermen als tegemoet te komen aan de noodsituatie van de moeders die hun moederschap, zelfs juridisch, niet kunnen waarmaken. ».Een systeem van bevallen in discretie is een eerlijke oplossing om het X-kind te beschermen zonder de belangen van de « anonieme » moeders uit het oog te verliezen. Bevallen in discretie staat toe dat de naam van de moeder niet vermeld wordt in de geboorteakte, maar wel in een gesloten register, dat enkel toegankelijk kan zijn mits een bepaalde procedure wordt doorlopen en mits zowel de moeder als het kind daartoe toestemming hebben gegeven.Het kind zal toestemming kunnen verlenen vanaf de leeftijd van zestien jaar. De grens wordt bepaald op deze leeftijd, omdat het niet is aangewezen zo een gewichtige en emotionele beslissing toe te vertrouwen aan een kind van twaalf jaar. Een kind is op die leeftijd daarvoor emotioneel nog niet rijp genoeg. Kinderen in de puberteit die op weg zijn naar adolescentie gaan vaak door een moeilijke en verwarrende periode. Zij worden geconfronteerd met vele veranderingen : fysisch, seksueel, emotioneel in het kind, maar ook in de relatie tussen kind en ouders en sociaal met de meer belangrijker wordende leeftijdsgenoten. Kinderen gaan in die periode van hun leven door verschillende fases van ontwikkeling, waarbij ze in conflict raken met zichzelf en met hun omgeving. Ze ervaren puberteit, vroege adolescentie, intellectuele ontwikkeling, enz. Zij zitten op een roetsjbaan van gevoelens. Het lijkt dan ook niet aangewezen hen nog meer te verwarren door hen de verantwoordelijkheid te laten nemen al dan niet de ontmoeting aan te gaan met de afstandsmoeder. Al het noemenswaardige wat een kind in de puberteit meemaakt, zal onvermijdelijk een stempel drukken op de verdere ontwikkeling van het kind. Het is dan ook belangrijk ervoor te zorgen dat deze ontwikkeling in de best mogelijke omstandigheden verloopt en dat een kind slechts in de procedure betrokken wordt wanneer het op een leeftijd is gekomen waarop het rationeel met zijn gevoelens kan omspringen.Het systeem behoudt de voordelen van de anonieme bevalling, maar elimineert de negatieve gevolgen ervan. Een zwangere vrouw die het om een of andere reden wenst kan haar zwangerschap of bevalling geheimhouden. De geboorte gebeurt onder professionele begeleiding en in de beste omstandigheden. De moeder kan, indien zij dit wenst, ook na de geboorte begeleid worden.Begeleiding is een absolute noodzaak, enerzijds om de gezondheid van moeder en kind te vrijwaren, anderzijds omwille van de psychische problemen waarmee de moeder zowel vóór, tijdens als na de bevalling wordt geconfronteerd. Vóór de bevalling is het belangrijk dat de moeder wordt begeleid, zodat zij weet dat zij niet alleen staat.Zij zal beter kunnen omgaan met de gevoelens van schande, schaamte, teleurstelling, enz. waarmee zij ongetwijfeld te maken krijgt. Een passende begeleiding zal er ook toe bijdragen dat de moeder een weloverwogen beslissing kan nemen. In bepaalde gevallen kan allicht zelfs worden voorkomen dat de vrouw werkelijk tot afstand overgaat. Bovendien wordt gewaarborgd dat de bevalling zal plaatsvinden in een goed ziekenhuis met de nodige en fatsoenlijke medische bijstand.Het spreekt voor zich dat ook begeleiding ná de bevalling cruciaal is. Niet zelden gaan afstandsmoeders achteraf door een zeer moeilijke, traumatische periode, waarbij zij telkens opnieuw de confrontatie met hun daden en de vaak daarmee gepaard gaande schuldgevoelens moeten aangaan. Vele jaren later worden zij nog steeds geconfronteerd met pijn en verdriet. Vaak vluchten zij weg in een tot mislukken gedoemde relatie, ter vervanging van het kind. Deze vrouwen hebben in vele gevallen het gevoel dat zij bij niemand terechtkunnen met hun problemen. Hierdoor dwingen zij zichzelf te doen alsof er niets gebeurd is. Toch moeten zij er dag en nacht mee leven en worden zij er telkenmale opnieuw mee geconfronteerd (bijvoorbeeld op de verjaardag van het kindje). Niet zelden vervallen deze vrouwen in een depressie. Een adequate psychologische begeleiding kan hen helpen vrede te nemen met het verleden.Ook het kind zal nood hebben aan begeleiding en zal daarom een beroep kunnen doen op bijstand. De invloed van het niet-kennen van zijn « roots » mag niet worden onderschat. Een afstandskind leeft hiermee dag in dag uit, hetgeen vaak ontaardt in hopeloze zoektochten. Bovendien zal de wetenschap te zijn « afgestaan » geen goede invloed hebben op de ontwikkeling van het kind. Het kan ontaarden in depressies en het vluchten in slechte relaties. Het spreekt dan ook voor zich dat ook de afstandskinderen een passende begeleiding moeten krijgen om zich terug geborgen te kunnen voelen.Met het gesloten register kan een afstandskind later de afstammingsbanden opzoeken, niet op eigen houtje, maar met hulp en begeleiding van een professionele dienst. Een afstandsmoeder kan opzoeken hoe het met haar kind gaat. Ook de (vermoedelijke) vader kan toegang krijgen tot het register.Concreet zien we één nationaal gesloten register, dat wordt bijgehouden door een dienst die voldoende heeft bewezen in staat te zijn tot begeleiding van afstandsmoeders en -kinderen. Het register zal twee lijsten bevatten : één lijst met algemene informatie over de moeder (fysische kenmerken, profielschets,noodzakelijke (erfelijke) gegevens, eventuele persoonlijke boodschap van de moeder of de ouders, eventueel de redenen waarom en de omstandigheden waarin afstand werd gedaan, enz.) zonder dat daarbij de identiteit van de moeder kenbaar wordt gemaakt. Op deze wijze kan men tegemoetkomen aan de wens van het kind, dat niet de behoefte heeft zijn moeder te leren kennen. Daarnaast zal het register een lijst bevatten waarop dezelfde informatie zal voorkomen maar eveneens de naam van de moeder.De wettelijke regeling moet nauwkeurig de voorwaarden bepalen wie, wanneer en hoe toegang kan krijgen tot het register.Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt dat elke geboorte moet worden aangegeven bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente op wiens grondgebied het kind werd geboren en dit binnen de vijftien dagen na de bevalling. De geneesheer, vroedvrouw, verantwoordelijke van een kliniek, of ieder ander persoon aanwezig op een bevalling, heeft volgens artikel 56 B.W. de plicht één werkdag na de bevalling de ambtenaar van de burgerlijke stand kennis te geven van de bevalling. Merkt deze dat na kennisgeving de geboorte niet binnen de termijn van vijftien dagen wordt aangegeven, verzoekt hij de kennisgever de aangifte te doen.Vervolgens wordt de geboorteakte opgesteld, die onder andere de naam, geboortedatum en -plaats van de moeder bevat.Om een discrete bevalling mogelijk te maken zullen deze artikels moeten worden gewijzigd. Elke zwangere vrouw moet bij aankomst in een ziekenhuis (of bij een arts of vroedvrouw) de mogelijkheid krijgen te kiezen voor de procedure van de discrete bevalling. In dit het geval blijft de kennisgevings- en aangifteplicht behouden, met dien verstande dat de verantwoordelijke van het hospitaal de kennisgeving niet doet bij de ambtenaar van de burgerlijke stand, maar bij de administratie van het centraal register van de discrete bevallingen. Deze neemt dan de aangifteplicht op zich en geeft de geboorte binnen vijftien dagen aan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van geboorte, evenwel zonder de afstammingsgegevens, die achterblijven in het centraal register. De gewone procedure wordt vervolgd en de ambtenaar van de burgerlijke stand maakt een geboorteakte op met een randmelding die erop wijst dat het om een discrete geboorte gaat en zonder de melding van de gegevens van de moeder. Vervolgens — nadat het kind een definitieve woonplaats heeft — wordt de geboorteakte overgezonden aan de bevolkingsdienst van de gemeente van woonst van het kind. Tijdens het leven kunnen alle eventuele bijkomende gegevens (bijvoorbeeld over de afstamming van het kind) worden vermeld in de rand van de akte.Bevallen in discretie is ook voor de adoptiediensten en vrouwenorganisaties de beste oplossing. De Nederlandstalige Vrouwenraad en de Federatie van Erkende Vlaamse Adoptiediensten wijzen erop dat de beslissing om clandestien of anoniem te bevallen een prenatale beslissing is. De beslissing om afstand te doen van het kind is daarentegen postnataal, wat een totaal andere gemoedstoestand veronderstelt. Begeleiding van de moeder na de geboorte is cruciaal. Voor 80 % van de vrouwen die zich aanmelden met een vraag tot afstand van het kind wordt een andere oplossing gezocht en gevonden en krijgen de moeders de kans het kind zelf op te voeden of alleszins contact te houden. Die oplossingen kunnen zijn : het in orde brengen van asielaanvragen, het regelen van recht op bestaansminimum, het vinden van werk voor de moeder, het organiseren van een bemiddeling met de ouders van de moeder, zorgen voor een tijdelijke opvang van het kind, het regelen van huisvesting. Dit alles uiteraard steeds in samenspraak en met het akkoord van de kandidaat-afstandsmoeder. Slechts 1/5 van de aangemelde vrouwen gaat uiteindelijk toch over tot afstand. Alle afstandsmoeders krijgen een begeleide bedenktijd van twee tot zes maanden.Mooie resultaten die een systeem van anonieme bevalling niet kan voorleggen.Door het bijhouden van het centraal register zal de ermee belaste dienst allerhande bruikbare informatie alsmede knowhow verzamelen. Enerzijds wordt het mogelijk een zicht te krijgen op het aantal vrouwen die overgaan tot een discrete bevalling, anderzijds kunnen de verzamelde gegevens worden gebruikt in het kader van preventie, begeleiding, enz. De meisjes zullen beter worden opgevangen, in een warmere sfeer, wat hun lijden vermindert.Niettegenstaande de anticonceptie, de wetten op vrijwillige zwangerschapsafbreking en de sociaal-economische tegemoetkoming aan jonge moeders in moeilijkheden, stellen we vast dat er vrouwen blijven bestaan die bij de bevalling hun anonimiteit wensen te behouden. Uit onderzoek van dr. Catherine Bonnet blijkt dat het zelden voorkomt dat socio-economische moeilijkheden ertoe leiden om het kind niet te aanvaarden. Vaak is het gebonden aan problemen van psychologische aard. Vrouwen kunnen ver buiten de periode van de wettelijk toegelaten vrijwillige zwangerschapsafbreking hun zwangerschap (laattijdig) ontdekken of om verschillende redenen geen zwangerschapsafbreking wensen. Verschillende oorzaken kunnen vrouwen onder extreme psychische druk zetten om hun kind niet te aanvaarden. Een discrete bevalling zou een oplossing kunnen zijn, waarbij de moeder haar anonimiteit kan bewaren en tegelijk het opzoeken van de afstamming niet definitief onmogelijk maakt.De wetgever heeft de taak verroeste administratieve procedures op te poetsen door ze aan te passen aan een veranderde maatschappelijk realiteit. In december 2005 dienden de sp.a-kamerleden Magda De Meyer en Karin Jironflée een voorstel van resolutie in om discrete bevallingen in ons land mogelijk te maken. In regeringskringen werd positief gereageerd en het kwam zelfs tot een oriëntatienota, maar tot op heden blijft een wetsontwerp uit. De moeilijke situatie waarin de stijgende groep ongewenst zwangere moeders is verzeild raakt van de ene dag op de andere, is zo’n verandering waar de wetgever op moet inspelen zonder miskenning van de rechten van de afstandskinderen. Een evenwichtsoefening die een oplossing vindt in het systeem van bevallen in discretie.De krachtlijnen voor de praktische toepassing van het voorstelHet wetsvoorstel voorziet in de aanpassing van drie artikelen van het Burgerlijk Wetboek, waardoor het mogelijk wordt dat bij een moeder die haar identiteit niet wenst prijs te geven, de geboorte moet worden aangegeven bij een centraal register. De administratie van het centraal register van de discrete bevallingen moet de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente op wiens grondgebied het kind werd geboren op de hoogte brengen. De afstammingsgegevens of de identiteit van de moeder mogen niet worden vrijgegeven zonder de toestemming van de moeder. De Koning bepaalt de nadere regels.Bij discrete bevalling worden de gegevens van de moeder dus niet opgenomen in de geboorteakte doch wel in het centraal register van de discrete bevallingen.Het centraal register van de discrete bevallingen bevat per moeder twee lijsten :1. de afstammingslijstDe afstammingslijst bevat de identiteit van de moeder. Als het kind de leeftijd van zestien jaar heeft, kan het een verzoek doen aan de Commissie van het Centraal Register om die identiteit te vernemen, dit middels tussenkomst van professionele begeleidingsdiensten, aangewezen door de regering. De Commissie doet vervolgens een bemiddelingspoging om de instemming van de moeder te bekomen. Bij gebreke van toestemming van de moeder worden de gegevens niet verstrekt.2. de lijst met niet-identificeerbare gegevensDeze lijst bevat algemene informatie over de moeder (fysische kenmerken, profielschets, eventuele persoonlijke boodschap van de moeder of de ouders, alle noodzakelijke erfelijke gegevens, eventueel de redenen waarom en de omstandigheden waarin afstand gedaan werd, enz.). Deze lijst kan het kind inkijken via een professionele begeleidingsdienst vanaf de leeftijd van 16 jaar. Op elke leeftijd van het kind kunnen de wettelijke voogden al inzage vragen.De afstandsmoeders krijgen een degelijke begeleiding met een bedenktijd van vier maanden na de bevalling. De regering wijst deze begeleidingsdiensten aan, waarbij de afstandskinderen ook steeds terechtkunnen voor alle nodige ondersteuning. De bepalingen van het wetsvoorstel en de krachtlijnen gelden gebeurlijk ook voor de « afstandsvaders ».

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING
Artikel 2Dit artikel bepaalt dat bij een moeder die haar identiteit niet wenst prijs te geven, de geboorte moet worden aangegeven bij een centraal register. De administratie van het centraal register van de discrete bevallingen moet de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente, op wiens grondgebied het kind werd geboren, op de hoogte brengen. Het artikel bepaalt verder dat de afstammingsgegevens in het centraal register blijven en dat gegevens niet mogen vrijgegeven worden zonder de toestemming van de moeder.De voorwaarden en regels betreffende de registratie van de afstammingsgegevens en het vrijgeven van de gegevens worden door de Koning bepaald.Artikel 3Bij discrete bevalling worden de gegevens van de moeder niet opgenomen in de geboorteakte, maar wordt in de geboorteakte verwezen naar het centraal register van discrete bevallingen.Artikel 4De Koning organiseert een centraal register van discrete bevallingen Het lijkt aangewezen dat bij de FOD Justitie te doen. De Koning bepaalt de werking ervan.

Guy SWENNEN.

——————————————————————————–

WETSVOORSTEL

——————————————————————————–

Artikel 1Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.Art. 2Artikel 55 van het Burgerlijk Wetboek, vervangen bij de wet van 30 maart 1984, wordt aangevuld met de volgende leden :« Indien de moeder evenwel de instelling of de persoon die haar bijstaat, verzoekt om haar identiteit en haar bevalling geheim te houden, geeft de instelling of de persoon die bijstand verleent daarvan kennis aan het centraal register van de discrete bevallingen op de eerste werkdag die volgt op de bevalling. De kennisgeving geschiedt op de wijze bepaald door de Koning.De administratie van het centraal register van de discrete bevalling geeft de geboorte binnen de termijn als bedoeld in het eerste lid aan bij de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente van geboorte, evenwel zonder de afstammingsgegevens van de moeder.De afstammingsgegevens blijven in het centraal register en mogen niet vrijgegeven worden zonder de toestemming van de moeder.De Koning bepaalt de regels voor de registratie van de afstammingsgegevens en de voorwaarden waaronder zij kunnen worden medegedeeld aan het kind. ».Art. 3In artikel 57 van hetzelfde wetboek, vervangen bij de wet van 30 maart 1984, worden de volgende wijzigingen aangebracht :A. in het 2º worden de woorden « van geboorte, de naam, » vervangen door de woorden « van geboorte. Indien het niet om een discrete bevalling gaat, vermeldt de geboorteakte tevens de naam, »;B. het 3º wordt aangevuld als volgt :« of het adres van het centraal register van discrete bevallingen ».Art. 4De Koning organiseert een centraal register van discrete bevallingen. Hij regelt tevens de werking ervan.26 oktober 2007.

Guy SWENNEN.

——————————————————————————–

(1) Hof Mensenrechten, arrest Odièvre van 13 februari 2003, Hudoc, http://cmiskp.echr.coe.int/tkp197/search.asp ?sessionid=10347476&skin=hudoc-fr.(2) http://www.health.fgov.be/bioeth/fr/avis/avis-n04.htm

(2) http://www.health.fgov.be/bioeth/fr/avis/avis-n04.htm

Leave a comment

Please be polite and on topic. Your e-mail will never be published.

You must be logged in to post a comment.